Kenmerken reis
Klimaat: Om mij gelijk te classificeren voor de wereldkampioenschappen Open Deur Intrappen: China is groot. Het klimaat kent vele uitersten. Onze reis ondernamen wij in september, en wij vertoefden in het zuiden en zuidoosten van China. De temperaturen variëerden van 11°C `s ochtends in Shangri-La, tot 33°C in Yangshuo. In september is de regentijd meestal voorbij.
Terrein: Chinezen houden van goede paden en hebben een hekel aan modderschoenen. Als het een beetje kan is een voetpad verhard en heeft het keurige traptreden.
Van dag tot dag: Hotelwandelreis. Eenvoudige wandelingen en bezoekjes aan tempels van Boedhistische of Taoistische aard.
Lokale bevolking: China is een veilig land. Fooien in restaurants worden veelal geweigerd. Taxichauffeurs zijn betrouwbaar. Wanneer een Chinees de engelse taal een beetje machtig is, zal hij of zij graag een gesprek met je aanknopen.
Toeristen: We zijn in China verbazend veel Nederlanders tegen gekomen. Maar naast die Nederlanders zie je toch ook vooral heel veel Chinezen..
Bijzonderheden: Het eten. Veel minder heet dan ik verwacht had, en ook veel gevari?erder dan in de Nederlandse Chinees. En verder: zonneboilers op ieder dak, en alleen maar elektrische brommers en scooters in de straten. Kan Nederland nog wat van leren....
Het weer vandaag in Guiling, China: Click for Guilin, Guangxi Forecast
Naar de foto`s en gevolgde route:

De eerste Chinese stad die wij aandeden was Chendu, qua bevolkingsgrootte de 5e stad van China. Wie dan een grote, lawaaige, drukke en vuile stad denkt aan te treffen heeft het mis. De wegen zijn breed en overzichtelijk en de straten zijn schoon. Verder is al het kleine gemotoriseerde verkeer voorzien van een elekntrische aandrijving. Dus geen knetterende brommers en scooters, maar stil langsrollende voertuigen. Letterlijk en figuurlijk een verademing.

Als eerste bezochten we het Panda resort (link) vlak buiten de grote stad. Het was die dag zonnig (en dat is uitzonderlijk). Dus we konden de panda`s in het volle zonlicht bewonderen. En wat menige dierentuin in de wereld niet lukt, daar slagen de Chinezen wel in, de panda`s vermenigvuldigen zich hier alsof het konijnen zijn. Elk stadium in de grote-panda-groei was te bewonderen, van pas geboren exemplaren niet groter dan een mensenduim, nog veilig beschermd in een beren-couveuze en onder constante bewaking van geuniformeerd personeel, tot bejaarde beren lui genietend van het schaarse zonlicht.

De volgende dag togen we naar een Tao tempel complex in de bergen, op een paar uur rijden van Chengdu. Hier kwamen we voor het eerst in contact met Chinees massatoerisme. Grote parkeerplaatsen met veel bussen. Chinezen die elkaar fotograferen voor elke highligt die zich voordoet. Petjes en vlaggetjes, luid pratende Chinezen, `rustgevende` muziek die uit verborgen installaties tussen de bossen schettert, het overkwam ons allemaal. En tussen dat alles de Tao-tempels in al hun pracht en praal. We overnachtten in de xx tempel, waar we `s avonds dan eindelijk konden genieten van de rust die je in een tempel verwacht aan te treffen.

Vonden we de Tao-tempels al druk, nog drukker werd het in Lijiang. We bivakeerden in een mooi hotelletje in het pitoreske centrum van de stad. Na het ontbijt stroomde de kleine straatjes van de stad snel vol met toeristen. Gelukkig hoofdzakelijk Chineze toeristen, want wij westerlingen steken lomp en grof met ze af, en die smalle steegjes maken het er niet beter op. De geplande driedaagse trekking door de Tiger Leaping Gorge ging niet door. De overvloedige neerslag die de chinese zomer van 2007 kenmerkden, had ook hier zijn tol geeist. Flinke aardverschuivingen hadden delen van het dal van de buitenwereld afgesloten. Door onze reisgids werd snel een prima alternatief gevonden; Dali.

Dali is een oud stadje dat aan een mooi meer ligt en voor een deel nog door oude stadsmuren wordt omringd. We bezochten het Putuo tempeltje dat mooi op een klein eilandje in het Erhai meer is gebouwd. Verder maakten wij een wandeling in de bergen in het westen van de stad. Vervolgens vlogen wij naar het noorden, om een paar dagen te vertoeven in Shanri-La. Deze stad ligt aan de drempel van Tibet, en dat is te merken aan de Tibetaanse bouwwerken die hier te bezichtigen zijn. We bezochten de Songzanlin tempel met zijn prachtige gouden daken en versieringen. De omgeving was ook de moeite waard; mooie rustige dorpjes, groene velden en mooie meertjes.

Vervolgens togen wij naar Longsheng. Dit gebied is enkele jaren geleden ontdekt voor het toerisme. In het bergachtige gebied heeft de bevolking in de loop der eeuwen een groot aantal rijst terrassen aangelegd. Helaas was het nogal regenachtig tijdens de dagen dat wij daar rondliepen, maar dat hield wel in dat de temperatuur draaglijk bleef. Waar de temperatuur allerminst dragelijk was, was in Yangshuo. We kwamen er aan in de namiddag, dus toen viel het nog niet zo op. Maar toen wij de volgende dag een fietstocht maakten tussen de prachtige karstbergen in de omgeving, werd het erg warm; 30°C en meer bij een luchtvochtigheid van 90%. Normaal gesproken is het rond deze tijd een stuk koeler.

De laatste dag van de vakantie waren wij in Beijing. Wegens tijd tekort konden we alleen nog de verboden stad bezoeken, maar dat was meer dan de moeite waard.