Kenmerken reis
Klimaat: Ecuador ligt op de evenaar en kent dus geen koud en warm seizoen. De reis vond overwegend tussen de 2800 en 4700 meter plaats. Overdag was de temperatuur prima om te lopen, meestal tussen de 10 en 15°C. `s Avonds koelde het af, maar nooit tot onder het vriespunt. De neerslag die wij kregen kwam meestal aan het eind van de middag, in de vorm van regen (en een enkele keer hagel).
Terrein: De paden waren over het algemeen goed te belopen. Als er geen pad was, liepen wij door het Paramo gras, en hier moest even een tandje bijgezet worden. Alleen aan het begin van de trek hebben wij wat modderige paden gehad, maar na een kwartiertje door de Paramo grassen waren de schoenen in de regel weer schoon en gepoetst.
Van dag tot dag: Tijdens de trek werd de bagage vervoerd door paarden. Deze paarden werden begeleid door een aantal `paardenmenners` die moesten voorkomen dat de dieren een verkeerd pad insloegen. Dit deden zij regelmatig. Of dit dommigheid, koppigheid of een combinatie hiervan was weet ik niet, maar als gevolg van dit gedrag liepen de menners vaak twee keer zoveel kilometers als wij. De helft van de reis werd er geslapen in tenten, de andere helft in gezellige hotels of pensionnetjes.
Lokale bevolking: Qua vriendelijkheid schieten de Ecuadorianen er in Zuid Amerika er in positieve zin bovenuit. Dit liep des te meer in de gaten toen wij op een van de laatste dagen onder gebracht werden in een hotel dat gerund werd door een Nederlandse, daar was de behandeling zoals wij in Nederland wel vaker zien een stuk minder vriendelijk.
Toeristen: Van toeristen hebben wij (buiten onszelf natuurlijk) niet veel gemerkt. Ecuador is naar verhouding niet erg groot, maar de meeste toeristen lossen zich op in de vele bezienswaardigheden over het hele land. Op de trekking zijn wij tijdens het wandelen geen westerlingen tegen gekomen.
Bijzonderheden: Ecuador is een land van bloemen en kolibries. Elke struik of plant heeft zijn eigen kolibrie die zijn domein sterk verdedigt tegen soortgenoten. Bijzonder fel waren de kleine beestjes tegen de Glossy flowerpiercer, een vogel die soms twee koppen groter was dan de kolibrie in kwestie. De reden van dit felle verdedigen is dat deze vogels een gat in de zijkant van de bloem prikken om bij de zoetigheid te komen, als gevolg waarvan de bloem sneller zal verwelken.
Het weer vandaag in Quito, Ecuador: Click for Quito, Ecuador Forecast
Naar de foto`s en gevolgde route:

Met de KL753 gingen wij naar Ecuador. Midden in de nacht hadden wij een korte tussenstop op Bonaire. Vervolgens ging het door naar Guayaquil, wij konden onder ons onze eindbestemming (Quito) zien liggen, maar eerst moest er nog geland worden in de grootste havenstad van Ecuador. Toen wij van Guayaquil vertrokken was het ondertussen licht geworden en konden wij wat opvangen van het landschap Beneden ons. Diverse grote besneeuwde vulkanen passeerden links en rechts van ons. Ze waren zo hoog dat ze de vleugels van het vliegtuig bijna leken te raken.

In een zonovergoten Quito kwamen wij aan. Remco (onze reisleider) vertelde ons dat het een tijdlang slecht weer was geweest in Quito, maar dat het sinds een aantal dagen schitterend weer was. Alle grote vulkanen in de buurt waren goed te zien. Ik grapte nog dat dit waarschijnlijk de laatste keer zou zijn en dat had ik beter niet moeten doen.... Ondanks een frisse jet-lag gingen we direct met een taxi het centrum van de hoofdstad in. Het was nog vroeg in de ochtend en we hadden alle tijd. We brachten een bezoek aan het oude centrum van de stad, dat op de UNESCO lijst van werelderfgoed staat. We bezochten diverse oude en mooie kerken en wandelden daarna via een paar mooie parken terug naar het hotel.

De volgende dag maakten wij een acclimatisatie wandeling op de resten van de Pasochoa vulkaan. Deze berg stortte als gevolg van een eruptie honderdduizend jaar geleden in. De vruchtbare grond zorgde voor een mooi nevelwoud waarin het lekker wandelen was. Alleen jammer dat regen halverwege de trip wat roet in het eten gooide. Even buiten het plaatsje Machachi betrokken wij een mooi hotelletje dat vroeger een treinstationnetje was geweest. Het spoor lag er nog steeds, en een keer in de week reed er nog een treintje over. Maar de bielzen waren zo verrot dat het lijntje regelmatig uitviel.

De volgende ochtend ging het richting Porvenir, een hacienda vlakbij de beroemde Cotopaxi vulkaan. We maakten er weer een acclimatisatie wandeling en hoopten een glimp te kunnen opvangen van de vulkaan. Tevergeefs. Pas tegen de avond liet de berg even een glimp zien, toen door een speling van het lot even een paar wolken zich genegen voelden even wat opzij te schuiven. We hoopten de volgende dag op meer succes.

De volgende dag was het bewolkt. We werden met de bus naar een paramo (zo heet het hooggebergte grasland in Ecuador) ten noorden van de Cotopaxi gebracht. We zagen weinig van de vulkaan, alleen de gletsjsertongen staken als de rokken van een oude dame onder de zware bewolking uit. We bezochten de overblijfselen van een Inca ruine, een van de weinige in Ecuador. Op het middagprogramma stond een klim naar de berghut halverwege de top naar de Cotopaxi, op 4800 meter hoogte. De weergoden waren ons niet gunstig gezind. Het waaide, het was mistig, en het regende, hagelde en sneeuwde. In de berghut warmden we wat op, en gingen weer terug naar de parkeerplaats beneden. Ondertussen was het weer wat beter geworden en konden wij iets van de omgeving zien.

De volgende dag maakten wij ons op voor de tiendaagse trekking. We werden een smal dal ingereden en we stapten uit in een klein en modderig bergdorpje. De paarden die ons de komende dagen zouden begeleiden, en die onze bagage zouden dragen, stonden al klaar op het pleintje. Een flink aantal kinderen stond te dringen voor de bus; ze wilden allemaal graag op de foto, en wilden daarna met zijn twintigen tegelijk het resultaat zien op het kleine LCD schermpje. Altijd weer een feest.

Die middag liepen wij over een breed en modderig pad geleidelijk naar boven. Het was zwaar bewolkt maar droog. Op de kampeerplek zouden wij uitzicht moeten hebben op de immense Chimborazo, Ecuador`s hoogste berg (6310 m), maar de bewolking onttrok de vulkaan aan het zicht. Hoewel, zo af en toe trok er op willekeurige plekken een nevelflard weg, en zo konden wij toch nog een indruk krijgen van de omvang van de vulkaan. Ik denk dat wij uiteindelijk wel de gehele berg gezien moeten hebben, maar dan in een tijdsbestek van drie uur, en in stukjes en beetjes.

De volgende dag zou een zware worden. De route verliep voor een groot gedeelte op een steile helling door de Paramo, over een smal pad dat zo af en toe door het hoge gras geheel aan het oog Onttrokken werd. Na een rivierdoorsteek verdween het pad vrijwel geheel, en baanden wij ons door de Paramo naar de pas op 4200 meter hoogte. Daarna ging het rap naar beneden en vlak voor de schemering kwamen wij aan op het tweede kamp, alwaar onze paardenmenners de tenten al hadden opgezet. Altijd weer een prettig gezicht.

De volgende dag was een makkelijke. We daalden het dal af naar het dorpje Shuyo, gelegen op 2800 meter hoogte. De volgende dag ging het weer omhoog, door een stukje mooi ongerept nevelwoud, vol met tropische planten en kolibries. Wat hoger kwamen we in dichte bewolking aan en kreeg het landschap iets onwerkelijks. Links en rechts doemden huisjes op, er leefden hier mensen van de schapenteelt, te horen aan het geblaat dat uit de mist opsteeg. Zo af en toe kwam er een schapenkudde uit de mist opdoemen, om even later weer in de dikke soep te verdwijnen. Na het passeren van een tweetal mistige passen ging het weer steil naar beneden. Ik had gehoopt om hierdoor onder de wolken te komen, maar we kwamen bedrogen uit. Onze gids vertelde ons dat het volgens de GPS nog achthonderd meter naar het kamp was, maar daarvan konden wij nog niets zien. We liepen nu over een vlakte in wat een dal moest zijn. Overal sopte en borrelde het, vocht was overal. Tussen kreekjes en plassen baanden wij ons een weg over mospollen en stugge begroeing. Uit de mist doemde een aantal paarden op, en daarnaast stonden wat tenten. We waren er, maar waar we waren wisten we niet. Dat werd een half uur later wel duidelijk. We hadden net de tent opgezet toen er een stortbui losbarstte. Regen en hagel geselden de tent. We moesten er niet aan denken om nu buiten te moeten lopen. Toen het noodweer een uur later was overgetrokken was de bewolking een paar honderd meter opgetrokken en konden we het dal overzien dat wij waren overgestoken.

Na een lekkere nachtrust gingen we weer op pad. Eerst moest een pas van 4700 meter geslecht worden. Vervolgens hadden we een lange afdaling door een lang dal naar het plaatsje Zumbahua. In dit plaatsje was op het moment van aankomst een doopfeest aan de gang waar muziek werd gespeeld. In Ecuador is muziek pas muziek als het hard werd gespeeld, en dat deden ze dan ook. Op een plein stond een orkest in ploegendienst te werken. De versterker stond op twaalf en de muziek kwam totaal vervormd uit de speakers knetteren en donderde het hele plein over. Op dat plein stonden een honderdtal mensen in alle fasen van beschonkenheid te dansen en te zwieren. Het was laat in de middag, maar sommige feesters waren al zo bezopen dat zij zich ergens in een hoek hadden laten vallen om daar hun roes uit te slapen. We vreesden voor onze nachtrust, maar de muziek hield tegen bettijd op, waarschijnlijk omdat iedereen te dronken was om nog te spelen.....

De volgende ochtend was het wit in de bergen die wij gisteren verlaten hadden. De temperatuur was buiten ook een stuk minder aangenaam dan gisteren, en het was zwaar bewolkt. Met een pick-up werden we naar de rand van de Quilotoa krater gebracht. Deze krater ontstond toen de vulkaan achthonderd jaar geleden instortte doordat de druk in de centrale magmakamer wegviel. Het gevolg was de uitbarsting van een pyroclastische stroom of gloedwolk die tot in de Pacifische Oceaan kwam. Sindsdien heeft de krater zich gevuld en is er een mooi meer ontstaan. We betrokken een hotelletje op een paar honderd meter afstand van de krater. We daalden af naar de kraterbodem en brachten een bezoekje aan het meer. Op de weg naar beneden (en ook naar boven) waren er weer veel kolibries te zien. Zo`n beetje het meest voorkomende vogeltje in deze contreien.

De volgende dag was het weer gelukkig een stuk beter, en was weer het weer wat warmer geworden. We rondden de westkant van de krater en daalden af van de noordhelling, naar een canyon die was ontstaan na achthonderd jaar van erosie van de zachte aslaag. Voor zover we konden zien was het hele dal na de eruptie gevuld geweest met een dikke laag as, welke door riviertjes nadien een paar honderd meter was ingesleten. We daalden in een van die canyons af en gingen aan de andere kant weer omhoog. In het dorpje Chugchilan betrokken wij een gezellig hotel alwaar wij twee nachten Verbleven.

Na een welverdiende rustdag gingen we de laatste dag van de trek in. Het was warm en zonnig. We daalden verderop in het dal de canyon weer in, die hier een stuk breder was. Er was zelfs genoeg ruimte voor wat boerderijtjes en een schooltje. Op wat kleine veldjes werd groente verbouwd. Via een gammele hangbrug staken we de rivier over. De laatste dag van de trek brachten we door in een hotelletje dat werd gerund door een Nederlandse. De volgende dag werden we in de oostelijke Cordillera naar een relax-oord gebracht, alwaar in een flink aantal warme bronnen de vermoeienissen van de afgelopen dagen van ons konden afspoelen.