Kenmerken reis
Klimaat: Gemiddeld is het in de maand juli zo`n 7 à 8°C. Het weer tijdens onze reis was zeer wisselvallig. Langdurige perioden met regen werden afgewisseld met zonovergoten dagen. Gelukkig waren de weergoden ons gunstig gezind en vielen de perioden met regen meestal in de tijd dat we in onze tent lagen te ronken.
Terrein: Woest en leeg. De flora bestaat hoofdzakelijk uit rendiermos en heide. Er groeien wilgen en berken, en deze worden in de regel zo`n 3 tot 5 centimeter hoog. Kans om te verdwalen heb je niet.... Wat de reis echt zwaar maakt zijn de uitgestrekte velden met gruis en rotsblokken. Vooral het laveren op- en tussen die blokken met een rugzak van 25kg op je nek maakten de reis zo af en toe een heel aparte ervaring.
Van dag tot dag: s Ochtends lekker fris op en de mooie ongerepte natuur in. Zo af en toe de voeten spoelen tijdens een van de vele rivierdoorsteken. Omdat de temperatuur niet hoog is, is het lekker lopen. In de regel kwamen we rond de klok van vier op het volgende kampement aan.
Lokale bevolking: Afgezien van de drie dorpjes die we aan het begin en eind van de reis aandeden kwamen we gedurende de rest van de trip geen mensen tegen. De Innuit in de dorpjes zagen regelmatig toeristen (meestal dagjesmensen die met het vliegtuig van IJsland kwamen). In die dorpjes werden we neutraal bekeken.
Toeristen: Zoals hierboven al even aangetipt: in de `bewoonde` gebieden is men wel enig toerisme gewend. Treed je eenmaal buiten de paden (en dat is bij sommige dorpjes al na een paar honderd meter) dan wordt het genieten geblazen. We zijn gedurende onze 18-daagse tocht welgeteld twee groepen tegen gekomen. Een keer een Duits stel dat net zo verbaast was op onze aanwezigheid als wij op die van hun, en op de ??n na laatste dag een internationale groep die net vertrokken was op een trekking van een paar dagen op het Ammassalik eiland.
Bijzonderheden: Nederlanders schijnen de enige mensen te zijn die zo gek zijn om zich gedurende 18 dagen aan de Groenlandse elementen over te geven. Ook vreemd: er groeit bijna geen gras; de enige bodembedekkers zijn heide en rendiermossen.
Het weer vandaag in Kulusuk, Groenland: Click for Kulusuk, Greenland Forecast
Naar de foto`s en gevolgde route:

De reis begon met een kort bezoek aan IJsland en een duik in The Blue Lagoon. Het was vijftien jaar geleden dat ik die plaats voor het laatst bezocht had, er was niets meer van te herkennen. Het meer was verplaatst naar een plek die wat verder van de krachtcentrale verwijderd was en het eenvoudige houten onderkomen was vervangen door een architectonisch verantwoord multifunctioneel ontspanningsoord. De volgende dag vertrokken we met een Fokker 50 naar Kulusuk. Het vliegtuig zat vol met dagjesmensen die Groenland voor één of twee dagen `deden`. Al honderd kilometer voordat Groenland in zicht kwam dienden de eerste ijsbergen zich aan. Verder richting de kust volgden steeds meer ijsbergen, soms in dichte plakken en soms wijd verspreid. Was het in IJsland aangenaam zomerweer, in Kulusuk sloeg de koude wind ons bij het verlaten van het vliegtuig om de oren. De mistflarden die vanuit zee kwamen overwaaien gaven het landschap een extra woest en verlaten accent.

In Kulusuk maakten wij ons op voor de aanstaande trekking. Er werd een laatste shift gemaakt in de bagage; we konden een deel ervan in Kulusuk achter laten. De volgende dag namen wij plaats in een tweetal motorbootjes die ons in een ver verlaten fjord zouden droppen. In het begin laveerden wij voorzichtig tussen de alom aanwezige ijsbergen, maar die maakten enkele kilometers verderop plaats voor het ruime sop en daar kon de gashendel ver open getrokken worden. Onderweg werd een depot aangelegd. Vijf grote balen werden in een morene half onder de stenen begraven. Onder een stralende hemel werden wij aan het eind van het Tasiilaq fjord afgezet.

De volgende dag was het bewolkt. Dit was een voorbode van de wijze waarop het weer in Groenland zich kan gedragen; het weer kan zonder waarschuwing vooraf van de ene op de andere dag totaal omslaan. De eerste dagen worstelden wij ons door rivieren en over rotsblokken en was het meestal bewolkt met zo af en toe wat regen. Toen wij het Sermilik fjord bereikten werd het weer beter. Enkele dagen lang liepen wij met aan onze linker hand een zo af en toe steile rotshelling en aan de rechter hand de ijsbergen in het fjord. Die ijsklompen waren voortdurend in beweging; ze wentelden zich in het zeewater en zo af en toe viel er een in grote stukken uiteen. In de verte hoorden we regelmatig de knallen en donderslagen van de gletsjers van de grote ijskap over het fjord galmen. We kampeerden twee dagen aan de oevers van het Sermilik fjord en na een dag met erg slecht weer haalden wij het eten uit het eerste depot op, om daarna met volbeladen rugzakken onze weg weer te vervolgen.

Na een twee weken kwamen we voor het eerst weer in de bewoonde wereld. Hoewel, in het dorpje Tiniteqilaaq staan 40 huizen en er wonen 150 mensen, dus er is voor Nederlandse begrippen nauwelijks sprake van bewoning. Maar voor ons was het al heel wat: er waren twee echte paden in het dorp, een kerk en een supermarkt. Deze laatste was helaas gesloten, zodat we wat langer dan gepland in het dorp moesten vertoeven. Voor elk huis lagen een aantal sledehonden aan de ketting, en aan de kale plekken op de grond te zien zaten zij daar al een tijdje. Een paar keer per dag werden de dieren gevoerd, waarbij er een vreemd gehuil uit het dorp opsteeg. We kampeerden op een plek net buiten het dorp. De volgende ochtend werden we wakker van een tankschip dat z`n ankers uitgooide. Het kwam het dorp voorzien van stookolie dat naar een enorme tank in het midden van het dorp werd gepompt. Elk dorp dat wij in Groenand gezien hebben had zo`n tank. En ik kan mij voorstellen dat zo`n voorraad olie zeker in de wintermaanden van levensbelang moet zijn.

Nadat we voedsel hadden ingeslagen in de kleine supermarkt werden we met een motorbootje overgezet naar het eiland Ammassalik. Het weer was geweldig, en de uitzichten fenomenaal. De laatste dagen van de trekking werden we geplaagd door vervelende vliegjes die de eigenschap hadden om een landing op je oogbol te ondernemen op het moment dat je bezig was met een lastige rivierdoorsteek of wanneer je net een rotsblok aan het bestijgen was. Na 18 dagen bereikten we een beetje moe maar voldaan de plaats Tasiilaq. Er reden echte auto`s op echte geasfalteerde wegen, die hadden we drie weken niet meer gezien. Die voertuigen kwamen niet ver, want buiten het dorp hielden de wegen op. Als mensen een bezoek aan een ander dorp willen maken doen zij dat in de zomer met de boot, en `s winters nemen zij de sneeuwscooter of een hondenslede.

Via het vliegveld bij Kulusuk werden wij weer overgezet naar Reykjavik. Toen wij de volgende dag op schiphol aankwamen was het 33 °C...