Kenmerken reis
Klimaat: Kan sterk wisselen. Het kan warm zijn (ca 25°C) maar het kan tweehonderd meter hoger en een paar dagen later sneeuwen. Over het algemeen is het klimaat zoals dat in Nederland.
Terrein: Afwisselend zeer dicht struikgewas en (hobbelig) toendra, met aan het begin van de trekking grote asvelden. Vooral het struikgewas kan het looptempo erg omlaag brengen. Aan het eind van de trekking wordt het terrein hoger en kom je boven de boomgrens. Lekker doorwandelen is dan het motto. Zo nu en dan moeten kniediepe riviertjes doorwaad worden.
Van dag tot dag: Wandeldagen van 8 uur en als het terrein erg tegenwerkt soms ook langer. We dragen onze bagage zelf, plus nog eten voor maximaal vier dagen. Koken doen we op gasbranders en als er voldoende sprokkelhout in de buurt is (eigenlijk altijd) koken we op hout.
Lokale bevolking: Zien we tijdens de trekking alleen wat van in de vorm van de Russische gids, die absoluut onmisbaar is. In Petropavlovsk (de hoofdstad van Kamchatka) zijn de mensen Europees, zowel in uiterlijk als in gedrag. De Wodka is er veel lekkerder dan het bocht dat in Europa te koop is.
Toeristen: Zijn we alleen sporadisch tegen gekomen bij de Mutnovsky- en de Avacha vulkaan. De meeste toeristen die je dan tegenkomt zijn de Russen zelf, die uitstapjes naar deze vulkanen als geliefd agendapunt zien.
Bijzonderheden: De muggen. Als het mooi weer is heb je pech, ze zijn er dan bij miljoenen. Een muggennetje is dan onontbeerlijk. Is het slecht weer (regen, wind) dan zijn de beestjes gevlogen. Wat later in het jaar is de kans op nachtvorst groter, en dan sterven de beestjes bij duizenden.
Het weer vandaag in Petropavlovsk, Kamchatka: Click for Petropavlovsk Kamchatskij, Russia Forecast
Naar de foto`s en gevolgde route:

Het schiereiland Kamchatka trok mij al toen het nog ver achter het IJzeren Gordijn lag. Dat kwam door mijn chronisch bladeren in de Bosatlas. Daarin was te zien dat het gebied zeer vulkanisch was, dus dan moest dat net zoals IJsland ook wel mooi zijn. Dat het na het vallen van de muur toch nog ruim tien jaar heeft geduurd voordat we er zouden landen heeft alles te maken met de prijs van zo`n vakantie. Maar met de komst van de euro leek alles goedkoper en dus stonden we in de zomer van 2002 ineens op het vliegveld van Petropavlovsk.

We vlogen met KLM van Amsterdam naar Moskou. We hadden er nog één dag voordat we verder zouden gaan. Moskou is een verbazend grote stad. De voorsteden strekken zich eindeloos uit en lijken sterk op de Bijlmer. Het was hoogzomer, en tussen de hoge flats in lagen grote parken met meertjes waarin gezeild en gezwommen werd. Al met al zag het er niet zo grimmig uit als ik mij van een pre-sovjet land had voorgesteld. Ons hotel lag een eind buiten het centrum van de stad en via de metro reden we naar het hart van Moskou. En ineens sta dan je op het Rode Plein. Ik had mij nooit kunnen voorstellen dat ik daar op een dag nog eens zou staan. Vroeger reden hier elk jaar de tanks en raketten in colonne langs in jas en bontmuts verpakte grimmig kijkende oude mannen. Vele mensen stonden uren in de kou voor een bezoek aan het mausoleum van Lenin. En nu lopen er toeristen rond. Ze komen van heel Rusland en daarbuiten. Het is warm en zonnig. Er staan marktkraampjes waar babushka`s en oude Russische legeronderscheidingen te koop worden aangeboden. De deur van Lenin`s mausoleum staat op een kier. De twee militairen die ernaast staan lachen en praten met elkaar, maar hebben verder niets te doen.

Een lange binnenlandse vlucht van negen uur bracht ons naar Kamchatka. De lucht was helder en fris en de ochtendzon scheen vrolijk. We gaan de volgende dag weer verder dus we moeten in de hotelkamer nog even snel een laatste schifting in de bagage aanleggen; wat gaat wel mee en wat niet. De volgende ochtend is het mistig. Ik hoop dat deze mist snel optrekt, want zonder mist geen zicht en zonder zicht geen vertrek. Na een uur schijnt de zon alweer en we worden we naar het vliegveld gereden waar de helikopter voor ons klaarstaat. Als we opstijgen zien we overal om ons heen MIG`s voor kleine vliegtuigbunkers in de zon staan.

We maken een tocht van 250 kilometer naar het zuiden. Het landschap onder ons is mooi. Overal groen struikgewas dat doorsneden wordt door sneeuwvelden en riviertjes. Nergens zijn tekenen te zien van menselijke bewoning of activiteiten. De helikopter maakt een tussenstop bij de Chodutka vulkaan om daar een voedsel depot achter te laten. De plunjebalen worden aangepakt door een wild bebaarde man die plotseling uit de bosjes opduikt. Even verderop staat een huisje. Wat doet die man hier in "the middle of nowhere"? Als we verder vliegen wordt het landschap kaler en meer vulkanisch. Grote asvelden doorschoten met sneeuw en groene plukjes begroeiing. Onze eindbestemming is de krater van de Ksudach vulkaan. Het uitzicht vanuit de helikopter is geweldig. We zien links en rechts de beren angstig wegschieten. Twee blauwe meren in de krater worden omzoomd door steile begroeide hellingen.

We landen op een strandje aan één van de meren en laden de bagage uit. Nadat de helikopter is weggevlogen wordt het stil. Iedereen denkt: waar zijn we aan begonnen? Honderden kilometers rond ons geen bewoning, geen paden of wegen. Als er iets fout gaat - je verzwikt een enkel of breekt enkele botten - wat dan?

Als wij ons klaarmaken om te gaan eten doen de muggen dat ook. Niet gehinderd door textiel of de aanwezigheid van DEET slaan ze hun slag. Het enige dat helpt zijn muggennetjes en dicht geweven broeken en overhemden. Gelukkig is de buitensport kleding die tegenwoordig verkocht wordt prima in staat om die klerelijers van je af te houden. Maar als je alleen t-shirts mee hebt ben je de sigaar…

Het is warm en zonnig. We leggen een houtvuurtje aan om ons eten op te koken. We hebben weliswaar branders mee, maar koken op sprokkelhout gaat veel sneller en het bespaart brandstof. De eerste dag maken we een korte tocht langs de twee meren in de krater. We komen herhaaldelijk beren tegen die de benen nemen als ze je in de gaten krijgen. Dat kan soms nogal lang duren want ze zijn behoorlijk kippig. Je staat ze dan met z`n vijftienen in het open veld op honderd meter afstand te bekijken, ze gaan op hun achterpoten staan en je ziet ze denken: zien ik daar wat ?

De volgende dag begonnen we met de trekking. Het was de eerste grote trekking die we deden. De eerste dagen verliepen probleemloos. Het weer was goed. Warm en zonnig en een temperatuur van 25°C. We hadden een Russische gids mee die ons door het zo af en toe zeer dichte struikgewas leidde. Wanneer ik achter hem liep probeerde ik er achter te komen waar hij zich op oriönteerde. De struiken waren te hoog en te dicht om de omgeving te kunnen zien. Maar iedere keer wist hij ons feilloos naar het juiste punt te gidsen. De HT-wandelreizen gids (Yvonne) had ons in vier ploegen ingedeeld; de hout- en waterploeg, de kookploeg, de afwasploeg en de vrije-dag ploeg. De ploegendiensten rouleerden per dag en je wist dus altijd waar je aan toe was. Soms had je pech en moest je water halen bij een steile rivierbedding. Tussen de berenklauwen door gleed je voorzichtig naar beneden om dan vervolgens met volle watertanks weer naar boven te strompelen.

Het eerste depot lag bij een grote hete bron. De gouverneur van Kamchatka had er een paar houten huisjes laten neerzetten en in één van die huisjes was ons proviand opgeslagen. Toen wij aan de rand van de bron onze tenten hadden neergezet kwam er een helikopter aanzetten. Een aantal Russen kwam er een avond langs om feest te vieren. Wij werden ook uitgenodigd. Er was vlees en (uiteraard) wodka, en de muziek speelde tot in de late uurtjes…

De volgende dag hadden we facultatief een rust- of een klimdag. Voor de mensen die dat wilden stond de beklimming van de Chodutka op het programma. Kater of niet, vrijwel iedereen ging naar boven. De klim was vrij eenvoudig, en het lopen zonder zware rugzak was een welkome afwisseling. Het laatste stuk was steil en er waren wat steenhellingen die het lopen moeilijk maakten. Op de top hadden we een mooi uitzicht op de route die wij nog zouden gaan lopen. De volgende dag hadden we een rustdag. Het was nog steeds mooi weer en warm en we konden uitgebreid badderen en wassen in het hete water van de bron.

De weg naar het tweede depot was een stuk moeizamer. Het weer verslechterde, het werd koud en ging regenen. Maar `ieder nadeel heb zijn voordeel`; door het slechte weer waren de muggen zo goed als verdwenen. Ongeveer halverwege de reis hadden we een zware dag. `s Ochtends vroeg begon het te regenen en dat zou de hele dag zo blijven. Het terrein was een regelrechte ramp. Vijf uur lang worstelden we ons door een ondoordringbaar struikgewas. Takken ontsprongen uit de grond om dan eerst een paar meter horizontaal door te groeien. Vervolgens zochten zij zich al kronkelend een weg naar boven. Het gevolg was dat je de ene keer een stap van een meter moest maken om over een tak heen te komen, en daarna moest bukken om je onder een andere tak door te worstelen. Die stomme rugzak bleef dan natuurlijk weer steken zodat je achteruit strompelend weer terug moest. Op andere stukken liepen we anderhalve meter boven de grond over de takken van dicht aaneengesloten dennenbomen. Dan had je een beetje uitzicht, overal om je heen een zag je een onafzienbare hoeveelheid struiken waar geen doorkomen aan was. Uiteindelijk hebben we in die vijf uur maar twee kilometer afgelegd.

De volgende dag vonden we gelukkig weer overwegend gras, dan wel stevig verende mospollen op ons pad. Het was een lange dag. Rond tien uur `s avonds komen we bij het tweede depot aan. Daar bleek dat onze spullen waren opgeslagen bij het onderkomen van een stel geologen die hier zomers onderzoek doen. We kamperen vlakbij een hete bron. De dag erop hebben we een zeer welverdiende rustdag. We badderen en wassen in een heetwater bad dat door de geologen is uitgegraven.

Het derde en laatste deel van de trekking is het mooiste gedeelte van de tocht. We komen op hoger terrein en de struiken en muggen verdwijnen. We volgen zo af en toe een pad dat van het geologenkamp naar de Mutnovsky loopt. We gaan over groene weiden en langs sneeuwvelden. Zo af en toe zien we fluitende bergmarmotten die als twee druppels water op de Alpenmarmotten in Europa lijken. Bij aankomst bij het basisstation komen we weer in de bewoonde wereld. Er is net een groep Duitsers binnengevlogen die ons verbaasd en bewonderend gadeslaan als wij uit de rimboe verschijnen. Er zijn maar heel weinig mensen die deze tocht ondernemen.

De volgende dag gaan we naar het kroonstuk van de reis, de krater van de Mutnovsky vulkaan. Deze vulkaan is nog regelmatig actief en de geologie binnen de krater verandert met het jaar. De vulkaan bestaat uit drie subkraters. De eerste krater wordt omgeven door gletsjers die door stoompluimen aangevreten worden. Overal borrelt, boert en sist het. De stoompluimen zitten vol zwavel en hoestend en proestend baan je je er een weg doorheen. De tweede krater is enkele jaren geleden voor het laatst uitgebarsten en er ligt nu een meertje in dat gevuld is met sneeuw en ijs. De laatste krater spuugt de stoom uit die we de afgelopen dagen al van verre hebben kunnen aanschouwen. Op de steile rand tussen krater twee en drie kijken we naar beneden. Gigantische rookpluimen stijgen sissend en gierend de blauwe hemel in. Onze Russische gids Victor maant ons plotseling tot haast. Als we naar beneden gaan blijkt waarom. Er breekt een stevig onweer uit boven de krater en de temperatuur zakt naar even boven het vriespunt. We hopen dat de Russen die wij in korte broek en T-shirt boven tegenkwamen een goed heenkomen hebben kunnen vinden.

Een kleine tegenslag volgt de volgende dag. De tocht naar de Gorelli kan niet doorgaan. Dit komt doordat de vrachtwagen die ons vanaf het kamp zou komen ophalen de grote sneeuwvelden niet kan oversteken. Kennelijk ligt er voor de tijd van het jaar nog teveel sneeuw. We moeten dus een dag extra lopen en dat gaat af van de tijd die we bij de Gorelli zouden doorbrengen. Achteraf gezien vond ik het eigenlijk geen ramp. De weg die wij anders in een truck zouden zitten leggen wij nu te voet af. Het is een prachtig gebied met kleuren die mij erg aan die van IJsland doen denken. Het laatste kamp slaan wij op aan de voet van een geothermische krachtcentrale die de Russen hier al decennia lang aan het aanleggen zijn. Het is er een redelijke puinhoop en ik ben blij dat we er vanaf de kampeerplaats niets van zien. Even verderop is (weer) een warme bron waar wij ons kunnen wassen.

De volgende dag haalt een truck ons op om ons naar Petropavlovsk te rijden. We brengen er een bezoek aan het Geologisch Instituut dat in de Sovjet-tijd duidelijk betere tijden gekend heeft. Overal bladdert het stucwerk van de gescheurde muren. De meeste van de hoge kamers in het gebouw zijn leeg en donker, slechts hier en daar staat nog een bureau. We krijgen in het Russisch informatie over de verschillende vulkanen in het gebied, terwijl een tolk alles razendsnel vertaalt naar het Engels.

De laatste twee dagen besteden we aan de beklimming van de Avacha vulkaan. Deze ligt iets ten noordwesten van Petropavlovsk. In 1991 heeft de vulkaan een grote hoeveelheid lava uitgebraakt die aan de noordoostkant van de berg langs de helling is gestroomd. Wij beklimmen de westkant. Hoog boven ons zien we vette rookwolken van de top opstijgen. Het laatste deel van het pad is steil en er vallen voortdurend stenen naar beneden afkomstig van mensen die boven ons lopen. De Avacha is ook voor de mensen in Petropavlovsk een geliefd dagje uit, en het is hier voor Kamchatkaanse begrippen zowaar druk te noemen. Als we boven komen begint het te waaien en betrekt de hemel. We zitten hier op 2700 meter hoogte en de temperatuur is 3°C. De lava van 1991 ligt als een reusachtige zwarte kurk in de krater van de vulkaan.

Als we de volgende dag op het vliegtuig naar Moskou stappen regent het.