Kenmerken reis
Klimaat: De winters zijn koud en de zomers zijn warm. Gedurende ons bezoek aan de steden Samarkand en Buchara lagen de temperaturen tussen de 30 en 35°C. Een zo af en toe stevige wind zorgde voor wat afkoeling. Diezelfde wind zorgde er tevens voor dat het zicht in de later door ons bezochte Tadzjikse bergen wat heiig was, vanwege het opgewaaide woestijnstof.
Terrein: De Oezbeekse steden zijn schoon en het verkeer is veel minder vervuilend en lawaaiig dan in de rest van Azië
Van dag tot dag: In de twee steden die wij bezochten werden wij rondgeleid door lokale Oezbeekse gidsen. Zij spraken goed verstaanbaar Engels en hebben ons van een hele berg informatie voorzien.
Lokale bevolking: Oezbeken zijn bijzonder gastvrij. In steden word je regelmatig uitgenodigd voor de thee, of krijg je wat van de in overvloed groeiende druiven toegestopt. Zelfs bij de grensposten was de behandeling vriendelijk en ontspannen.
Toeristen: Voor het eerst sinds jaren dat wij weer veelvuldig in contact met toeristen kwamen. In Nederland hoor of zie je niets over Oezbekistan, maar kennelijk is het land bij voldoende mensen bekend.
Bijzonderheden: Vrijwel alle monumenten die wij bezocht hebben zijn gerestaureerd. Men heeft echter niet altijd het geld om het mooi te doen, en regelmatig kwamen wij gebouwen tegen waarvan enkele muren met Gamma-steentjes waren dichtgemetseld.
Het weer vandaag in Samarkand, Oezbekistan: Click for Samarkand, Uzbekistan Forecast
Naar de foto`s en gevolgde route:

In 2006 maakten wij een reis door Centraal Azië en bezochten de landen Kirgizië, Oezbekistan en Tadzjikistan. Elk land had zijn eigen karakter, en daarom krijgt elk land ook een eigen plaatsje binnen mijn site. Na onze trekking in het Tiën Shan gebergte van Kirgizië vertrokken wij naar Oezbekistan. En daarover nu meer....

Oezbekistan is een uitgestrekt land. Het kent vruchtbare valleien in het oosten en barre woestijnen in het westen. Wij vertoefden ergens daartussenin, in de zijderoute steden Buchara en Samarkand. Via Kirgizië kwamen wij Oezbekistan binnen. Het gaat er aan de grens zeer ontspannen toe, al moet je wel geduld hebben, want zo`n oversteek duurt al gauw twee uur. Gelukkig is er genoeg te zien. Zo af en toe passeert er een oude Lada en komen er door ezeltjes voortgetrokken karretjes voorbij, volgeladen met meloenen, appels en druiven. Een Oezbeekse douanier die wilde laten zien hoe gastvrij zijn land wel niet was hield zo af en toe een karretje aan en haalde daar wat fruit af, om dat vervolgens aan ons te geven.

Nadat aan alle douane formaliteiten was voldaan vertrokken we per luxe touringcar en reden we door de vruchtbare Fergana-vallei naar Tasjkent. Onderweg veel katoenvelden. Dit is nog een erfenis uit de Sovjet tijd, toen het Kremlin had besloten dat Rusland de grootste katoen producerende natie ter wereld moest worden. Tegenwoordig wordt langzaam aan overgeschakeld op andere gewassen, maar de katoenplanten overheersen het landschap nog.

Tussen de Fergana-vallei en Tasjkent ligt een bergrug van 3000 meter hoogte. Deze rug kon door onze bus niet geslecht worden, en dus werden we overgeladen in minibusjes, die al langs de kant van de weg klaar stonden. Het vrachtverkeer dat deze weg bereed vorderde traag tot zeer traag, en soms helemaal niet. Regelmatig moest zo`n stokoude kolos even stoppen om de motor af te laten koelen. Wij met onze nieuwe Japannertjes reden gewoon door. Met het stijgen van de weg daalde de temperatuur naar meer aangename waarden, om na het passeren van de pas weer ongenadig omhoog te schieten. Aan de andere kant van het gebergte was het landschap meer woestijnachtig en een straffe wind blies een hoop stop op, waardoor een groot gedeelte van het landschap aan ons oog onttrokken werd.

`s Avonds kwamen wij aan in Tasjkent. Op het moderne station van deze stad bestegen wij de nachttrein naar Buchara. `s Ochtends vroeg passeerden wij regelmatig grote fabriekscomplexen die eenzaam en verlaten in het lege woestijnlandschap stonden. Zo te zien stonden de meeste van die fabrieken al een tijd leeg; de schoorstenen rookten niet, gordijnen wapperden uit gebroken ramen, en het zand had zich meester gemaakt van het terrein. Kennelijk waren deze fabrieken bij het ineen storten van de Sovjet-Unie begin jaren negentig niet meer rendabel gebleken. Ze waren nu enkel nog geschikt als filmlocatie...

In de ochtend kwamen wij onder een (uiteraard) stralend zonnetje aan in Buchara. De stad is 2500 jaar geleden gesticht, en een groot deel van zijn oude gebouwen zijn nog bewaard gebleven. En daarom zijn wij hier, die oude gebouwen gaan wij bezoeken.

Onder begeleiding van een goed Engels sprekende gids werden wij de gehele dag door de stad geleid. We kregen een heleboel informatie naar onze oren, en ook onze ogen bleven niet onbelast door al die prachtige architectuur. Hier volgt een opsomming van wat wij zagen en wat wij hoordenů..

We begonnen met de Ark, een fort dat in de vijfde eeuw gebouwd is en de zetel is geweest van vele monarchieën. Het is sinds vroeger tijden een stad binnen een stad geweest. Het grootste deel ervan ligt nu in puin, enkele gebouwen zijn bewaard gebleven of herbouwd en dienen nu als museum.

De Bolo-Hauz moskee heeft mooie houten pilaren en een gedetailleerd houten plafond. Het is in 1712 gebouwd en ligt aan een van de weinige overgebleven open bronnen van Buchara.

In het Samanid mausoleum liggen de resten van Ismail Samani. Het is gebouwd tussen 892 en 943. Eeuwen lang heeft het half begraven gelegen, maar tegenwoordig is het prachtig gerestaureerd. Het is gebouwd uit bakstenen die op een fraaie wijze in elkaar zijn gelegd. Bijgevolg heeft het gebouwtje bij elke zonnestand een andere aanblik.

We nuttigden de lunch op het Lyab-i-hauz (1620) plein. Een hauz is een plein rond een oude waterplaats. Deze waterplaats ligt in dit geval in het centrum van Buchara. Rond het plein staan een aantal medressa`s. Een opsomming; de Nadir Divan-Begi medressa met een moza´ek van een vogel in de gevel. Aan de andere kant van de waterplaats staat de Nadir Divan-Begi Khanaka medressa. Verder heb je er nog de Kukeldash medressa, die met zijn afmetingen van 80x60 meter de grootste van Buchara is.

De grote trekpleister van Buchara is het Kalyan plein en de gebouwen die er staan. Zo zijn er onder andere de Kalyan-moskee uit 1514. Het bouwwerk biedt plaats aan 12.000 gelovigen, en sinds het in 1989 weer in gebruik is genomen is het de belangrijkste moskee van Buchara. Tegenover de moskee staat de Mir-i-Arab-medressa met twee opvallende turkooizen koepels (1535). Op het plein zelf staat de Kalyan-minaret. Deze minaret is in 1127 gebouwd van bakstenen en is 47 meter hoog. Het was toentertijd het hoogste gebouw van centraal Azië. De minaret werd niet alleen gebruikt om gelovigen op te roepen voor gebed, maar ook als lichtbaken voor de handelskaravanen in de nacht.

De volgende ochtend maken wij ons op om te vertrekken naar een andere zijderoute-stad: Samarkand. Onderweg van Buchara naar Samarkand maken we een stop bij Rabat-i-Malik, een van de weinige overblijfselen van het rijk der Karakhanieden. De pishtaq (de centrale poort) is het enige wat nog overeind staat van de karavanserai uit 1079. Een karavanserai is een tijdelijk onderkomen voor reizende handelslieden en soldaten. Vroeger stond langs de hele Zijderoute om de 30 kilometer een karavanserai, want dit was ongeveer de afstand die een kameel in een dag aflegt. Drie meisjes waren op het plein voor de pishtaq bezig elkaar de kunst van het fietsen bij te brengen. Fietsen is iets dat in Oezbekistan weinig gedaan wordt. De meeste mensen verplaatsen zich per ezel, paard of auto.

In Samarkand betrokken wij een hotel dat vlakbij het Registan Square gevestigd was. De volgende dag gingen wij onder begeleiding van een Engels sprekende gids op pad. De eerste stop was het Ulug Beg Observatorium. Het eigenlijke observatorium is heden ten dage niet meer dan een ru´ne. Lange tijd was de exacte locatie van het bouwwerk onbekend. Tot het in 1908 door Russische archeologen ontdekt werd. In vroeger tijden moet het een prachtig gebouw zijn geweest; het was 30 meter hoog en had een diameter van 46 meter. Het dak bestond uit geglazuurde tegels. In de centrale hal van het observatorium stond een instrument waarmee metingen werden gedaan aan de positie van de maan, de zon en de sterren. De precieze werking van het instrument is helaas verloren gegaan, maar Ulugh Beg was ermee in staat om de lengte van een jaar met een nauwkeurigheid van minder dan een minuut te bepalen. Na de dood van Ulugh Beg is het observatorium helaas geplunderd en verwoest door religieuze fans.

Vervolgens bezochten we de eeuwenoude begraafplaats Shah-i-Zinda. Op deze begraafplaats staan vele mausoleums daterend van de 11e tot de 19e eeuw, en er staan nu ongeveer twintig gebouwen. Er wordt nog flink gerestaureerd, want tijdens ons bezoek staan enkele gebouwen in de steigers.

Daarna rijden we naar Bibi Khanum. Deze moskee is al van verre te zien en moest destijds groter worden dan alles wat Timur Lenk op zijn reizen had gezien. In een record tempo van vier jaar werd het complex uit de grond gestampt. Maar al tijdens de bouw traden er problemen op. Nadat het gebouw voltooid kwamen de eerste stenen al naar beneden, en de meeste mensen bleven weg uit de moskee, waarna het langzaam verviel. Enkele krachtige aardbevingen maakten later korte metten met het gebouw. De laatste jaren wordt er weer wat aan restauratiewerk gedaan.

Het interieur van het Gur Emir-mausoleum is geweldig. De gehele koepel is aan de binnenkant bekleed met fijn goudwerk, en in het midden hangt een prachtige kroonluchter. Op de vloer liggen de grafstenen van een aantal oude emirs en andere heersers. Het graf van Timur Lenk is bedekt met een jade steen van 2,5 meter bij 34 centimeter. In 1740 brak de grafsteen doormidden toen de Perzische Nadat Sjah het probeerde mee te nemen. Prompt kreeg de zoon van de Sjah een ongeluk. Uit angst voor verdere represailles uit het dodenrijk heeft hij de steen toen snel weer terug gebracht, waarna zijn zoon weer genas.

Als kroon op onze toeristische rondleiding trokken we naar het Registan Square. Het werd in de 14e eeuw aangelegd. De Ulughbek-medressa aan de linkerkant van het plein is het oudste gebouw en stamt uit 1420. Hier woonden ongeveer 100 studenten. Tegenover staat de Sher Dor (tijger)-medressa uit 1636, en in het midden de Tilla-Kari uit 1660. Deze laatste heeft een mooie moskee met (alweer) een prachtige met goud ingelegde koepel.

Na al deze indrukken was het goed slapen. En dat moest ook, want de volgende dag gingen we op weg naar Tadzjikistan, voor een mooie trekking in het westelijke Pamir gebergte.