Kenmerken reis
Klimaat: Hoewel Peru aan de evenaar ligt, is het er niet zo warm als je zou verwachten. De hoofdstad Lima is vaak gehuld onder een grauw wolkendek, terwijl het er maar amper 18°C wordt. Schuldige van dit alles is het koude water dat vanuit de diepzee voor de kust van Zuid-Amerika naar boven komt. Rijd je langs de woestijnkust verder landinwaarts dan wordt de hemel helder en wordt het wat warmer. In de Andes is in september het natte seizoen net achter de rug en hebben we dus prima wandelweer. `s Nachts kan het in de bergen flink vriezen.
Terrein: De paden zijn goed begaanbaar en begroeiing ontbreekt nagenoeg. De hoogteverschillen waren op een enkele dag na niet erg groot.
Van dag tot dag: We liepen met dagrugzak terwijl ezels de rest van de bagage vervoerden. Er was een kok mee die de maaltijden bereidde.
Lokale bevolking: In de Cordillera Blanca zijn we amper mensen tegen gekomen. En de mensen die wij tegen kwamen waren ietwat stuurs en bleven op een afstand.
Toeristen: In het gebied zworven diverse groepen toeristen rond. Onderweg hadden wij er geen last van maar op de vaste kampeerplaatsen moest zo af en toe wat plaats gemaakt worden.
Bijzonderheden: De sterrenhemel was er een van ongekende schoonheid. Jammer dat het zo koud was, anders had ik er uren naar kunnen kijken.
Het weer vandaag in Lima, Peru: Click for Lima, Peru Forecast
Naar de foto`s en gevolgde route:

We deden Peru aan in het najaar van 1999. Zoals gewoonlijk ontweken we de meer toeristische plekken en concentreerden ons op de Codillera Blanca, dat in het noorden van Peru ligt. De eerste dagen van de vakantie besteedden wij aan de acclimatisatie die voor onze komende trekking noodzakelijk is. We werden met bus enkele kilometers omhoog gebracht om op een hoogte van 4000 meter een paar wandelingen te maken. Dat deden wij een aantal dagen achtereen. Het weer was goed en het zicht was ver. De Codillera`s lagen voor ons te blinken in de zon. Op een van die inwandeldagen kwamen wij op een hoogte van 4100 meter drie dagjesmensen uit Lima tegen. Ze droegen allen een zuurstofmasker en boden ons vriendelijk ook een snufje aan. Ik had nog nooit zoiets gezien. Onverantwoord om in een dag van 0 naar vier kilometer te reizen, daar hou je op z`n minst een knetterende koppijn aan over.

De trekking bestond uit twee stukken; een van 3 wandeldagen en een van 10 wandeldagen. De bagage werd op ezels vervoerd en verder gingen er een Peruaanse gids en twee koks mee. De eerste dag van de trekking hadden we op een lichte hoofdpijn na geen last van de hoogteziekte, al bleef ademhalen op deze hoogte (4000 meter) wel een uitdaging. Toen ik achter een binnentent aanholde die door een opstekend briesje een tiental meters werd meegenomen, ging halverwege bij mij het lichtje uit en kwam ik met de tent in m`n handen puffend en hijgend terug. De nachten waren koud en de avondhemel overdonderend. Nog nooit had ik zo`n overweldigende sterrenhemel mogen aanschouwen en het leek of je de sterren met de hand aan kon raken. We liepen van Agocancha naar Chavin. Bij het dorpje Chavin lag een omvangrijke pre-Inca ruïne. Onze gids David had er in z`n jeugdjaren onderzoek gedaan en tijdens de rondleiding die hij gaf vertelde hij honderduit.

Met de bus werden wij in een aantal dagen richting het noorden gereden. We overnachtten in pittoreske hotels in even pittoreske dorpjes. Het tweede deel van de trekking zou ons langs de Alpamayo brengen, door de een of andere organisatie uitgeroepen tot de meest mooie berg ter wereld. De eerste dagen was het weer nog goed, maar later volgde een nacht met regen en (natte) sneeuw. Bijkomend voordeel was dat de nachten niet meer zo extreem koud waren. Onderweg kwamen we weer regelmatig schaarse tekenen van bewoning tegen. Deze mensen houden schapen die het schaars groeiende gras te lijf gaan. In de Peruaanse winter (het regenseizoen) verlaten zij hun eenvoudige huisjes en gaan het dal in.

We sloegen ons kamp op aan de voet van de Alpamayo. Rondom ons hoge bergen en gletsjers. We hebben er een dag doorgebracht. Zo af en toe was er een knal te horen als het gletsjerijs weer even in bewering kwam. Een keer kwam er met donderend geraas een paar ton ijs naar beneden toen een van de gletsjers een stuk van zichzelf aan de zwaartekracht prijsgaf. Het zicht op de Alpamayo was geweldig en veranderde met de dag, met als hoogtepunt het licht van de ondergaande zon, dat de berg in brand leek te zetten.

Nadat we een bergrug van 4900 meter gepasseerd waren begonnen we aan de lange afdaling naar het dal. De bus bracht ons weer terug naar Lima. Daar had ik nog een kort optreden op de Peruaanse nieuwszender…