Kenmerken reis
Klimaat: We reisden in de periode augustus/september, hetgeen de koele droge tijd wordt genoemd. Regen van betekenis hebben we niet gehad. Op de Mount Meru en de Kilimanjaro heersten overdag prima wandeltemperaturen (10-20°C). `s Nachts kon het evenwel flink afkoelen, wel tot -15°?C.
Terrein: Op de Mount Meru was het een stuk vochtiger dan op de Kilimanjaro. De paden waren op deze eerste berg dan ook een stuk glibberiger. Het pad op de Mount Meru was rechtoe rechtaan, alleen het laatste stuk naar de top was zo af en toe flink klauteren. Op de Kilimanjaro volgden wij de Soutern Route over het Shira Plateau. De Kibo (de hoogste top van het Kilimanjaro massief), hebben we beklommen via de Western Breach. Erg steil en soms moesten er flinke stappen genomen worden.
Van dag tot dag: Na een inleidende safari zijn we gelijk begonnen met de beklimming van de Mount Meru. Dit was meer een soort acclimatisatietocht, om alvast te wennen aan de hoogte op de Kilimanjaro. Op de Mount Meru droegen we de meeste bagage zelf, op de Kilimanjaro werd dat voor ons gedaan. De paden op de Kilimanjaro waren goed, ook de paden op de Mweka route waren niet modderig meer, sinds er met geld uit Finland iets aan de paden gedaan is.
Lokale bevolking: Tijdens een bergtocht kom je natuurlijk niet in aanraking met de lokale bevolking, want die haalt het niet in zijn hoofd om in zo`n onherbergzame omgeving rond te banjeren. De meeste Tanzanianen die wij ontmoetten waren onze eigen porters, gidsen en koks. En met die mensen was het contact goed. Ze waren betrokken, en wilden het maar wat graag naar onze zin maken.
Toeristen: Onnodig te zeggen dat beide bergen redelijk toeristisch zijn. De Kilimanjaro wordt jaarlijks door enkele tienduizenden mensen met meer of minder succes beklommen. Het overgrote deel kiest daarbij voor de `Coca Cola route`, die je in vijf dagen naar de top en weer terug brengt. Wij volgden een andere route, over het Shira plateau en de Western Breach. Deze route is een stuk rustiger.
Bijzonderheden: In zeven dagen alle klimaatzones van tropisch tot arctisch doorlopen is een heel aparte ervaring. Gelukkig stak het weer geen stok in het wiel, en hebben we alle dagen mooi uitzicht op de omgeving gehad.
Het weer vandaag in Kilimanjaro Airport: Click for Kilimanjaro, Tanzania Forecast
Naar de foto`s en gevolgde route:

De reis begon in Brussel. We vlogen met Ethiopian Airlines. Dit deed ons in eerste instantie wel even huiveren, want Afrikaanse vliegtuigen hebben nog wel eens de neiging om uit de lucht te vallen. Maar alles ging goed; het eten was goed en de landingen verliepen vlot en gladjes. We hadden maar liefst drie tussenstoppen. Eén in Parijs, één in Addis Abeba (de hoofdstad van Ethiopië), en één in Nairobi. In Addis Abeba keken wij onze ogen uit, wat een smeltkroes van religies komt daar bijeen ! Het land dat voor de meeste westerlingen nog steeds synoniem is voor honger en ellende, lag er groen en welvarend bij. In het vliegtuig had ik al kunnen lezen dat Ethiopië een zeer lange historie heeft, en er in Afrika in positieve zin uitspringt. In ieder geval wordt dit land toegevoegd aan de landen waaraan wij nog een keer een bezoek moeten afleggen.....

We landden op Kilimanjaro Airport en werden opgehaald door een persoon van MEM-Tours, die ons naar een hotel in Arusha bracht. De volgende dag begonnen wij aan onze tweedaagse safari. De eerste dag bezochten wij het Lake Manyara National Park, dat gelegen is aan het gelijknamige meer. De route liep gedeeltelijk door oerwoud en savanne, en was zeer afwisselend. De tweede dag gingen wij naar de beroemde Ngorongoro krater. Helaas was het nogal droog geweest, dus de krater lag er niet zo mooi bij. Verder stond er beneden een flinke wind, die er voor zorgde dat het landschap soms geheel aan het oog onttrokken werd.

De eerste trek begon in Arusha National Park. Dit park wordt gedomineerd door de Mount Meru, die 4562 meter boven het landschap uittorent. We begonnen met de inschrijving aan de ingang van het park. Bij het start station werden we voorgesteld aan onze koks en gidsen voor de komende vier dagen. De persoonlijke bagage droegen we zelf, het eten werd door porters vervoerd. We namen de lange route door het oerwoud, welke ons naar de eerste hut zou brengen. Onderweg zagen we zebra`s, giraffen en waterbuffels. Vanwege deze laatste beesten hadden we een gewapende ranger mee. De meeste westerlingen hebben ontzag voor leeuwen en ander gespuis, maar de echte deugnieten in Afrika zijn wel de waterbuffels. Deze planteneters staan bovenaan de killer top-10, en zijn uiterst onbetrouwbaar. Als de kop van een toerist 'm niet aanstaat wordt deze zonder pardon vertrappelt.

In de Miriakamba Hut (op 2514m) betrokken wij onze stapelbedden. In de 'kantine' hadden wij uitzicht op de Kilimanjaro, die zijn kop net boven de ons omringende wolken uitstak. De nachten werden hier al snel fris, en na het eten zochten wij dan ook snel onze slaapzakken op. De tweede dag ging het verder op pad. Door een dicht oerwoud met hangende baardmossen en knoestige bomen liepen wij naar boven. Het landschap leek zo weggelopen te zijn uit de Maarten Toonder studio`s. `s Middags kwamen wij aan bij de Saddle Hut, op 3566m. We rustten voornamelijk uit, want we wisten dat we er komende nacht tegenaan moesten: om 24:00 uur opstaan om naar de top van de Mount Meru te lopen.

De klim was zwaar. Niet door de hoogte, maar door de kou. De temperatuur lag onder het vriespunt en een snijdende wind blies wolkenflarden en klammigheid langs de kam waarop wij liepen. Daar kwam nog bij dat het tempo zo laag lag dat sommigen van ons daardoor alleen maar meer afkoelden. Afgesproken werd dat wij onze kleine groep in een snelle en minder snelle groep zouden opsplitsen. In een vernieuwd tempo was het wat beter lopen, maar het terrein was nog steeds zwaar maar erg afwisselend. De ene keer strompelen over gruis en stenen, de andere keer klauteren over (te) grote rotsblokken. Vijf minuten voor zonsopkomst kwamen wij aan op de top (kwestie van timing). We genoten van de kou en de zon die precies boven de Kilimanjaro opkwam. Beneden ons alleen maar kolkende wolken, achter ons was een flink deel van het wolkendek weggetrokken, waardoor wij konden zien dat het oerwoud zich als een dikke groene deken aan de flanken van de berg vastklampte.

Nu zal een leek zich afvragen: waarom sta je in hemelsnaam midden in de nacht op om een berg te beklimmen? Welnu, een top beklim je in de regel vanwege het mooie uitzicht. In de tropen is het meestal zo dat een uur na zonsopkomst de eerste stapelwolken zich alweer kunnen gaan vormen, en deze krengen manifesteren zich het eerste rond de toppen van bergen. Dus wil je nog wat zien na vijf uur ploeteren, dan zal je vroeg moeten opstaan....

Na deze `vingeroefening` gingen we op weg naar het echte werk, de beklimming van de Kilimanjaro. Maar eerst even wat uitleggen: de Kilimanjaro is eigenlijk geen berg, maar een vrijstaand bergmassief dat is gevormd door drie vulkanen. Deze drie vulkanen zijn de Shira, de Mawenzi en de Kibo. Deze laatste is de hoogste berg, en wordt dan ook door iedereen beklommen, en daarna zegt de bewuste persoon dat hij of zij de Kilimanjaro heeft beklommen. Om het nog verwarrender te maken: de top van de hoogste berg, de Kibo dus, heet Uhuru. De Uhuru is dus de hoogste top van de Kibo, en de Kilimanjaro (en Africa). Als je hoogteziek bent kunnen dit soort zaken je s`nachts behoorlijk wakker houden, maar gelukkig hebben wij hier geen van allen last van gehad.

De tocht begon bij de inschrijving aan de ingang van het park. Wij benaderden de berg vanuit het Oosten, en liepen hoofdzakelijk via de Southern Route. Bij het inschrijvingskantoor werden wij al verwelkomd door een flinke verzameling Tanzanianen, die ons de komende zeven dagen als porter zouden vergezellen. De controle op deze dragers was streng. In vroeger dagen gebeurde het nog wel eens dat een porter op de berg doodvroor omdat hij alleen een dunne deken mee had. Verder wilde er wel eens een drager bezwijken onder een te zware last bagage, hij wordt namelijk betaald voor elke kilo die hij de berg optorst, en dan kan het voorkomen dat zijn portemonnee groter was dan zijn fysieke gesteldheid....

De route voerde ons in zeven dagen tijd langs alle klimaat zones; van de tropen tot de polen. Het tempo lag op z'n Afrikaans, erg Pole Pole (rustig aan). Dit was in het begin wel wennen, maar aangezien niemand van de groep (mét en zonder Diamox) last van hoogteziekte kreeg, was er toch wel iets voor deze tactiek te zeggen. Op 3000 meter ging het oerwoud vrij abrupt over in reuzenheide. Op het Shira Plateau hadden we vrijwel voortdurend zicht op de top van de Kibo. Boven de 4500 meter kreeg de vegetatie toch wel een wat karig karakter. Alleen de taaiste bloemen en graspolletjes hielden het vol. Op het Arrow Glacier Camp kregen wij zicht op de helling die ons naar de top van de Kibo zou leiden: de Wesern Breach. Op de website van onze touroperator wordt over de Western Breach geschreven:

The Western Breach is in fact the most physically challenging of all the approaches to the summit of Kibo. (Uhuru Peak) The Breach ascends a 3000ft nearly vertical rock face from Arrow Glacier Hut to the crater`s rim (from 15 700ft to about 18 600ft), and it requires heavy leg work to cope with the gradient and the scree underfoot. At the same time it is necessary to keep more than one eye open for falling or loose rocks which make up the principal danger of this route. In addition, and at certain times of the year, ice and snow is a hazard.

Slik. Dit las ik pas achteraf, en ze overdreven niet. Van vallende rotsen was op de route waar wij liepen gelukkig geen sprake, maar de rest klopt wel. Wij hadden ons net als op Mount Meru opgesplitst in twee groepen. Wij liepen met z'n vieren in de eerste groep. We startten weer 's nachts, om één uur. De eerste paar honderd hoogtemeters viel het allemaal wel mee. Het pad was goed, en ging zigzaggend omhoog. De maan was bijna vol, en gaf ons zicht op de half besneeuwde hellingen en ijswatervallen links van ons. Maar daarna begon het, flink klauteren en zo af en toe stevige opstapjes waar je zeker met wat kortere benen niet zonder hulp tegenop kwam. Ondertussen zagen we diep, diep beneden ons de hoofdlampjes van groep twee. En dan viel pas op hoe steil deze helling eigenlijk was. Gelukkig stond er geen wind, maar gaandeweg de nacht koelde het verder af, zodat het zweet in m'n handschoenen en sokken langzaam aan begon te bevriezen. Erg onplezierig. Om tien voor vijf ging de maan onder en werd het ineens erg donker op de helling. We konden tegen de donkere hemel boven ons heel vaag zien dat er nog flinke kliffen te overwinnen waren, en vroegen ons wanhopig af hoe lang het nog zou duren. En ineens stonden wij er, op de kraterrand, op zo'n 5700 meter. Het was net alsof we op de maan liepen: geen wind, steenkoud en doodstil. Voor ons tekenden zich wat berg-silhouetten af tegen het eerste ochtendgloren. Ik had verwacht dat de laatste paar honderd meter wel mee zouden vallen. Maar er volgde nog een steile wand, met veel gruis en stenen. Toen ik even achter mij keer zag ik tot mijn verbazing ineens de Furtwaengler gletsjer liggen. Wij waren deze in het donker op een tiental meters afstand gepasseerd. Hij lag erbij als een gezonken passagiersschip, met de witte boeg boven het zand uitstekend. Na nog een flinke inspanning kwamen we op de top van de Kibo aan, 5895 meter. Op de top heerste een onwerkelijke stilte. Een handvol klimmers was aan de gang met kleding en fototoestel, en er stond nog steeds geen wind. De zon was net op en bescheen de resten van de talrijke gletsjers om ons heen.

Na de nodige plichtplegingen gingen we aan de andere kant van de Kibo weer naar beneden. Onderweg veel mensen die de top nog moesten halen, of niet meer zouden halen, simpelweg omdat hoogteziekte ze voortijdig de das had omgedaan. Het begin van de afdaling was een feest; ruim duizend meter gruis. Dat betekende simpelweg hakken in de grond en de zwaartekracht de rest laten doen. We moesten de komende twee dagen nog ruim 4000 meter afdalen, dus dan is een makkelijke start wel meegenomen. We volgden de laatste dag de Coca-Cola route, dus ik had wat meer drukte verwacht. Maar het was rustig. Misschien dat de crisis ook hier zijn sporen achterliet. In Moshi kregen wij van MEM-tours de zuurverdiende certificaten met veel stempels en handtekeningen uitgereikt. Iedereen van onze groep had het gehaald. Reden voor een biertje....